Leon Trotski
Geschiedenis der Russische Revolutie
Deel 3 - Hoofdstuk 10


Slotwoord

Er is in de ontwikkeling van de Russische Revolutie, juist omdat zij een werkelijke volksrevolutie is, die miljoenen en nog eens miljoenen in beweging bracht, een merkwaardige opeenvolging van de verschillende fasen waar te nemen. De gebeurtenissen volgen elkaar op als gehoorzaamden zij aan de wetten van de zwaartekracht. De machtsverhoudingen worden in elke fase tweeledig geverifieerd: eerst tonen de massa’s hun aanvalskracht; daarna onthullen de bezittende klassen, die wraak willen nemen, des te krasser hun isolement.

In februari waren de arbeiders en soldaten van Petrograd opgestaan – niet alleen tegen de patriottische wil van alle beschaafde klassen, maar ook tegen de berekening van de revolutionaire organisatie. De massa’s toonden dat zij onoverwinlijk waren. Indien zij zichzelf hiervan bewust geweest waren, zouden zij de macht in handen gekregen hebben. Er stond echter nog geen sterke en gezaghebbende revolutionaire partij aan hun hoofd. De macht kwam in handen van de kleinburgerlijke, socialistisch getinte, democratie. De mensjewieken en sociaal-revolutionairen wisten het vertrouwen van de massa’s slechts te gebruiken, om de liberale bourgeoisie aan het roer te brengen, welke op haar beurt niets anders wist te doen dan de haar door de verzoeningsgezinden toegeschoven macht in dienst van de belangen van de Entente te stellen.

In de Aprildagen verschijnen verontwaardigde regimenten en bedrijven – wederom zonder daartoe door een partij opgeroepen te zijn – in de straten van Petrograd, om zich tegen de imperialistische politiek van een regering, welke hen door de verzoeningsgezinden opgedrongen is, te verzetten. De gewapende demonstratie heeft schijnbaar succes.

Miljoekov, het hoofd van het Russisch imperialisme, wordt uit de regering verwijderd. De verzoeningsgezinden treden in de regering, naar buiten als gevolmachtigden van het volk, in werkelijkheid als agenten van de bourgeoisie.

Zonder ook maar één enkele van de moeilijkheden, welke de oorzaak van de revolutie geweest waren, op te lossen, verbreekt in juni de coalitieregering de wapenstilstand, die feitelijk aan het front ingetreden was, door de troepen in een offensief te storten. Het Februariregime, dat bovendien door een afnemend vertrouwen van de massa’s in de verzoeningsgezinden gekenmerkt was, brengt zichzelf met deze daad een fatale slag toe. De periode van directe voorbereiding van de tweede revolutie breekt aan.

Begin juli vervolgde de regering, die alle bezittende en ontwikkelde klassen achter zich had, elke revolutionaire uiting als verraad tegenover het vaderland en hulp aan de vijand. De officiële massaorganisaties – sovjets en sociaalpatriottische partijen – bestreden met hun uiterste krachten elke revolutionaire actie. De bolsjewieken hielden uit tactische overwegingen de arbeiders en soldaten ervan terug, de straat op te gaan. Niettemin verschenen de massa’s. De beweging bleek niet te stuiten en algemeen te zijn. De regering vertoonde zich niet. De verzoeningsgezinden hielden zich verborgen. De arbeiders en soldaten waren heer en meester in de hoofdstad. De stormloop strandde echter op de onvoldoende voorbereiding van de provincie en het front.

Eind augustus waren alle organen en instellingen van de bezittende klassen voor een contrarevolutionaire omwenteling: de Entente-diplomaten, de banken, de verenigingen van grootgrondbezitters en industriëlen, de kadettenpartij, de staven, het officierenkorps en de grote pers. Als organisator van de omwenteling trad niemand minder dan de opperbevelhebber op, die daarbij op de legerleiding van het uit talrijke miljoenen bestaand leger steunde. Bijzondere, op alle fronten uitgezochte troepen werden na een geheime overeenkomst met het hoofd van de regering onder het mom van strategische noodzakelijkheid op Petrograd losgelaten.

In de hoofdstad leek alles gereed om de onderneming te doen slagen: de arbeiders waren door de autoriteiten met medewerking van de verzoeningsgezinden ontwapend; de bolsjewieken voortdurend aan slagen blootgesteld; de meest revolutionaire troepen uit de stad verwijderd; honderden uitgelezen officieren tot een legermacht verenigd; deze zouden samen met de “jonker”scholen en afdelingen Kozakken een sterke macht vormen. En wat geschiedde? De samenzwering, welke, naar het leek, door de goden zelf begunstigd werd, viel, nauwelijks op het revolutionaire volk gestuit, terstond in duigen.

Deze beide bewegingen, die van begin juli en die van eind augustus, stonden als een positieve en een omgekeerde stelling tot elkaar. De Julidagen lieten de kracht van de spontane massabeweging zien. De Augustusdagen brachten de volslagen onmacht van de regeerders aan het licht. Deze verhouding kondigde de onvermijdelijkheid van een nieuw conflict aan. De provincie en het front sloten zich intussen nauwer bij de hoofdstad aan. Dit was beslissend voor de zegepraal in oktober.

“Het gemak waarmee Lenin en Trotski de laatste coalitieregering van Kerenski ten val konden brengen,” schreef de kadet Nabokov, “toonde de innerlijke onmacht van deze regering. Zelfs personen, die goed op de hoogte waren, waren toentertijd over deze onmacht verbaasd.” Nabokov denkt er klaarblijkelijk niet aan, dat het om zijn eigen onmacht, om de onmacht van zijn klasse, zijn maatschappijorde gaat.

Evenals de lijn van de gewapende Julidemonstratie naar de Oktoberopstand loopt, is de Kornilovbeweging als een voorproef van de in de laatste dagen van oktober door Kerenski ondernomen contrarevolutionaire veldtocht te beschouwen. De enige militaire kracht, welke de onder bescherming van een Amerikaans vlaggetje voortvluchtige democratische opperbevelhebber aan het front tegen de bolsjewieken aantrof, was hetzelfde 3de cavaleriekorps, dat twee maanden geleden door Kornilov uitverkoren was, om Kerenski ten val te brengen. Aan het hoofd van het korps stond nog altijd de Kozakkengeneraal Krassnov, een vechtlustig monarchist, die door Kornilov op die post geplaatst was: men kon geen geschikter legeraanvoerder ter verdediging van de democratie vinden.

Van het korps was trouwens alleen nog de naam overgebleven: het bestond uit enkele compagnieën Kozakken, die zich na de mislukte poging tot een offensief tegen de Roden bij Petrograd met de revolutionaire matrozen verbroederden en Krassnov aan de bolsjewieken uitleverden. Kerenski was genoodzaakt te vluchten – zowel voor de Kozakken, als voor de matrozen. Zo plaatsten zich acht maanden na de val van de monarchie de arbeiders aan het hoofd van het land. En nestelden zich vast.

“Wie zou kunnen geloven,” schreef een van de Russische generaals, Salesski, naar aanleiding hiervan verontwaardigd, “dat de portier of de bewaker van een gerechtsgebouw plotseling tot voorzitter van een rechtbank werd? Of de ziekenverpleger tot leider van een hospitaal; de kapper tot hooggeplaatst ambtenaar, de vaandrig van gisteren tot opperbevelhebber; de lakei van gisteren of de ongeschoolde arbeider tot burgemeester; de wagensmeerder van gisteren – tot stationschef, de slotenmaker van gisteren – tot directeur van een werkplaats?”

“Wie zou het kunnen geloven?” Men moest het wel geloven. Hoe zou men het niet kunnen geloven, nadat de vaandrigs de generaals verslagen hadden; een burgemeester, ongeschoold arbeider, het verzet van de meesters van gisteren brak; wagensmeerders het transport regelden; slotenmakers als directeuren de industrie op gang brachten.

De voornaamste taak van een politiek regime bestaat volgens een bekend Engels aforisme erin, de juiste man op de juiste plaats te zetten. Hoe is de ervaring van 1917 in dit opzicht? In de eerste twee maanden stond Rusland nog, volgens het recht van de erfelijke monarchie, onder een door de natuur misdeeld man, die aan relikwieën geloofde en Raspoetin gehoorzaamde. In de loop van de volgende acht maanden poogden de liberalen en democraten vanaf hun hoge regeringsposten het volk aan zijn verstand te brengen, dat revoluties slechts gemaakt werden, om alles bij het oude te doen blijven. Het is niet verwonderlijk, dat deze mensen zich als wankele schimmen voortbewogen zonder een spoor achter te laten. Na de 25ste oktober kwam aan het hoofd van Rusland Lenin, de grootste figuur uit de Russische politieke geschiedenis. Hij was omgeven door een staf van medewerkers, die, naar zelfs de meest verbitterde tegenstander erkent, wisten wat zij wilden, en die voor hun doeleinden wisten te vechten. Welk van deze drie systemen had zich nu in de gegeven omstandigheden in staat getoond, de juiste man op de juiste plaats te zetten?

De historische vooruitgang van de mensheid is, over het geheel genomen, samen te vatten als een reeks overwinningen van de geest over de blinde krachten – in de natuur, in de maatschappij en in de mens zelf. De kritische en scheppende gedachte kon zich tot op de huidige dag op de grootste successen in de strijd met de natuur beroemen. De fysieke- en chemische wetenschappen zijn reeds tot het punt genaderd, waar de mens klaarblijkelijk bezig is meester te worden over de materie. De maatschappelijke betrekkingen vormen zich echter nog altijd op de wijze van koraaleilanden. Het parlementarisme heeft slechts een licht op de oppervlakte van de maatschappij geworpen en dan nog slechts een zeer kunstmatig licht. Vergeleken met de monarchie en andere overblijfselen uit de tijd van menseneters en holbewoners is de democratie stellig een grote vooruitgang. Zij laat echter het blinde spel van de krachten in de maatschappelijke betrekkingen tussen de mensen onderling onaangetast. Juist tegen dit diepste gebied van het onbewuste hief de Oktoberrevolutie voor het eerst de hand op. Het Sovjetstelsel wil doelmatigheid en planmatigheid brengen in de grondslagen van de maatschappij, waar tot nu toe slechts willekeur heerste.

De tegenstanders juichen met leedvermaak over het feit, dat het land van de Sovjets vijftien jaren na de revolutie nog zeer weinig op een land met algemene welstand lijkt. Een dergelijke redenatie zou kunnen voortkomen uit een overdreven aanbidding van de magische kracht van socialistische methoden, indien zij in werkelijkheid niet uit vijandige verblinding voortkwam. Het kapitalisme heeft eeuwen nodig gehad, om door een uitbreiding van wetenschap en techniek de mensheid in de hel van oorlog en crisis te storten. De vijanden gunnen het socialisme slechts vijftien jaar, om het paradijs op aarde te vestigen. Dergelijke verplichtingen hebben wij niet op ons genomen. Dergelijke termijnen nooit gesteld. Processen van grote veranderingen moeten met de daarbij passende maatstaven gemeten worden.

Maar de ellende dan, die er over de levende mensen komt? Het vuur en het bloed van de burgeroorlog? Rechtvaardigen de resultaten van een revolutie in het algemeen de slachtoffers, die zij maakt? De vraag is teleologisch en daarom onvruchtbaar. Met evenveel recht kan men naar aanleiding van de moeilijkheden en het lijden van de enkeling vragen: is het in het algemeen de moeite waard geboren te worden? Melancholische beschouwingen hebben echter tot nu toe de mensen niet er van af gehouden te baren en geboren te worden. Zelfs in deze tijd van ondragelijk leed neemt ondanks alles slechts een klein percentage van de bevolking van onze aardbol zijn toevlucht tot zelfmoord. De volken zoeken echter uit de ondragelijke moeilijkheden een uitweg uit de revolutie.

Is het niet merkwaardig, dat er over de slachtoffers van sociale revoluties meestal juist door hen met de grootste verontwaardiging gesproken wordt, die, hoewel zij niet direct oorzaak van de slachtoffers van de wereldoorlog waren, deze toch voorbereid, geprezen of zich althans in deze geschikt hebben. Wij hebben het recht te vragen, of de oorlog de moeite waard geweest is? Wat heeft hij opgeleverd? En wat heeft hij geleerd?

Het is thans stellig niet nodig stil te blijven staan bij de beweringen van de gekrenkte Russische bezitters, dat de revolutie tot de culturele ondergang van het land geleid heeft. De door de Oktoberrevolutie ten val gebrachte adellijke cultuur was in laatste instantie slechts een oppervlakkige nabootsing van de hoger staande voorbeelden van het Westen. Terwijl zij niet toegankelijk was voor het Russische volk zelf, heeft zij niets wezenlijks tot de schatten van de mensheid bijgedragen.

De Oktoberrevolutie heeft de grondslag voor een nieuwe cultuur gelegd, die berekend is voor allen en juist daarom internationale betekenis heeft. Zelfs indien het Sovjetbewind tengevolge van ongunstige omstandigheden en vijandelijke slagen – laten wij dit een ogenblik aannemen – tijdelijk ten val gebracht zou worden, zou het stempel van de Oktoberrevolutie toch op de gehele verdere ontwikkeling van de mensheid onuitwisbaar blijven rusten.

De taal van de beschaafde volken heeft duidelijk twee perioden in de ontwikkeling van Rusland aangeduid. Terwijl de cultuur van de adel over de gehele wereld barbarismen ingevoerd heeft als tsaar, pogrom en nagaika, heeft de Oktoberrevolutie woorden internationaal gemaakt als bolsjewiek, sovjet, pjatiletka. Dit alleen reeds rechtvaardigt de proletarische revolutie, aangenomen, dat deze een rechtvaardiging behoeft.